Verslag van de
ontmoetingsdag met
Mee
namens de andere leden van de stichting ‘Verliezen Verwerken’ Flevoland, heet Hetty
de Bondt eenieder van harte welkom. De werkgroepleden weten maar al te goed hoe
moeilijk het kan zijn om naar een dag als deze toe te gaan. Dan is het geweldig
dat er toch weer zoveel mensen zijn gekomen, dat het gelukt is. Daarom heeft de
werkgroep ook zijn best gedaan dit alles zorgvuldig voor te bereiden en te
zorgen voor een veilige sfeer waar zorgen en verdriet gedeeld kunnen worden en
waar Prof. Manu Keirse ons met zijn inbreng verder kan helpen op de weg die we
hebben te gaan. Een hartelijk welkom ook voor Manu Keirse , voor Jurjen
Vulperhorst die met pianospel de dag zal omlijsten, en voor de workshopleiders
van het middagprogramma. Prof. Keirse krijgt snel het woord om hem zoveel
mogelijk tijd te geven, want hij moet ook bijtijds weer vertrekken naar België.
Manu beschrijft hoe het is om een verlies te
lijden. Telkens opnieuw wordt je ermee geconfronteerd.
Verdriet hoort bij het leven. Als iedereen dat
weet……
Als we beter zouden weten welke taken van
rouwarbeid er bestaan, zouden we er zelf beter weten mee om te gaan en zouden
we ook beter weten hoe de ander met verlies te helpen.
Dit kan een hele tijd duren. Soms denk je dat je de
ander nog ziet of hoort. Manu merkt op dat dit gedrag is van normale en
evenwichtige mensen, je bent niet gek aan het worden. Je bent zo bezig met de ander, die er niet
meer is, dat je gefocust ben op het zien, het horen, het ruiken van de ander.
Het kan een hele tijd duren voordat elke vezel in
je lichaam weet dat het werkelijkheid is dat de ander er niet meer is. Men
realiseert zich meestal tijdens de uitvaart niet het geleden verlies. Je valt
vaak enkele dagen later in de put.
Wat kun je doen met betrekking tot de 1e
taak?
Manu geeft aan dat je zo goed mogelijk uitleg moet
krijgen over wat er is gebeurd, zo nodig telkens weer opnieuw. Manu merkt op
dat de confrontatie met de werkelijkheid belangrijk is om een duidelijk beeld
te krijgen en dat onder ogen te zien. Bijv. ook praten met wie er wél bij was.
Óók voor de kinderen! Daarnaast moet je de kans krijgen je verhaal steeds weer
te vertellen en de kinderen ook, om de puzzelstukjes duidelijk te krijgen. Dan pas kan je beginnen aan het afscheid
nemen.
De huisarts had de ouders van Manu aangegeven hoe
belangrijk het was het verlies onder ogen te zien met de andere kinderen, die
weer door dezelfde straat waar het jongetje verongelukt was, moesten gaan. Manu
had zo van zijn ouders geleerd wat je nodig hebt in het omgaan met een verlies.
Manu merkt op dat vermijden van de pijn het
verliesproces uitstelt. Rouw is géén depressie. Antidepressiva worden makkelijk
voorgeschreven door huisartsen. Manu geeft aan dat er niets mis is met
antidepressiva, maar dat ze bedoeld zijn voor depressies en niet voor
rouwverlies. Manu merkt op dat men veel “dooddoeners” gebruikt. Opmerkingen
als: “u bent nog jong, u krijgt nog wel andere kinderen”,” wat fijn dat u zo
lang samen bent geweest”. Voorbeelden van gezegden die bij de rouwende de diepe
pijn om het geleden verlies willen wegduwen. Maar je kunt niet om verdriet
heen.
Alles roept pijn op, soms ook lichamelijk: de
vierdagen, alle ‘eerste keren’ . Durf er doorheen te gaan. Durf ook de naam uit
te spreken.
Manu geeft aan dat de pijn met pijnscheuten komt,
dat er gebrek is aan concentratie, dat je extreme vermoeidheid kunt ervaren,
dat je ook schaamte en schuld kunt ervaren.
Wat kun je doen met betrekking tot de 2e
taak?
Manu zegt dat het niet goed is de confrontatie met
de pijn te ontlopen. Hij vertelt een verhaal van een moeder, die een tweede
kind moest missen door de dood. Haar moeder kwam, die haar altijd tot steun was
geweest. Zij uitte haar boosheid richting haar moeder, die haar een paar
minuten met rust liet en toen opnieuw aan de deur kwam. Zij begreep dat die
boosheid een uiting van haar verdriet was en ze konden elkaar huilend in de
armen vallen. Boosheid kun je uiten tegen degenen, die je dierbaar zijn.
In deze taak kunnen ook gevoelens van schuld naar
buiten komen. Bijv. met woorden als: “had ik maar…”. Zeg dan tegen degene met
het verlies dat je jezelf best schuldig mag voelen, maar dat je het niet bent.
Schuldgevoelens moeten mogen, ze hebben alles met liefde te maken. Maar het is
gevaarlijk als ze worden opgekropt. Vooral kinderen voelen zich vaak schuldig,
omdat ze dingen niet begrijpen of het zich verkeerd voorstellen. Práát erover
en probeer alles goed uit te leggen, anders kunnen kinderen vanuit die
gevoelens vreemde dingen gaan denken of doen.
Taak
3: Aanpassen aan een wereld zonder die persoon.
‘Wie’ mis ik? Niet mijn ‘wettige’ echtgenoot, maar
mijn man, die……
Je
verliest niet alleen die persoon, maar ook zijn of haar rollen, de dingen die
door hem of haar werden gedaan. Verlies verwerken is als een vingerafdruk. Niet
één verlies is hetzelfde, geen twee mensen rouwen op dezelfde manier.
Manu
beschrijft dat mannen en vrouwen anders rouwen. Dit wordt sterk bepaald door
opvoeding, gedragspatronen en cultuur. Mannen denken meer analytisch. Mannen
zijn meer gericht op controle en oplossingen, op de toekomst ook, vrouwen
willen gevoelens en emoties uiten, willen delen, zoeken steun. Mannen beleven
het verlies echter evenzeer. Belangrijk is te weten dat ieder mens verschillend
rouwt. Manu merkt op dat man en vrouw elkaar soms ook even ontwijken, net als
kinderen dat kunnen doen met ouders. Het eigen verlies kan soms te zwaar zijn,
wat maakt dat er niet nog ander verlies bij kan.
Wat
kun je doen met betrekking tot de 3e taak?
Steeds
weer opnieuw luisteren naar het verhaal. De rouwende moet de kans blijven
hebben te vertellen over het verlies, ook na langere tijd. Manu vertelt een
verhaal over een echtpaar, dat een dochter van 23 jaar had verloren en een jaar
later met 3 vriendenstellen van een kerk-groep een weekendje weg ging. In dat
weekend werd de naam van de dochter niet één keer genoemd. De pastor vond dat
ze zich kranig hadden gehouden, maar de ouders hadden na thuiskomst de hele
avond huilbuien om het niet noemen van
de naam van de overleden dochter en het niet praten over haar, juist in deze
vriendenkring.
Taak 4: Opnieuw leren
houden van de mensen en opnieuw leren houden van het leven.
Deze
taak vraagt tijd, warmte en genegenheid. Je bent vaak bang zonder die ander,
bang ook om wéér te verliezen.
Manu
merkt op dat de taken soms door elkaar lopen, maar dat er toch een zekere
chronologie in zit.
Hij
zegt ook dat de duur van een verlies niet in tijd is uit te drukken, maar dat
het niet vreemd is, dat een verlies om een partner 3 jaar kan duren en een
verlies om een kind 7 jaar. Daarnaast merkt hij op dat van verwerken nooit
sprake is. Degene die je hebt verloren vergeet je nooit en Manu benadrukt dat
het ook niets te maken heeft met loslaten. Je leert anders vast te houden…..in
de herinnering, niet in de werkelijkheid.
Het
woord verwerken heeft te maken met integreren.
Manu
vertelt een verhaal van een jonge vrouw, die na de dood van haar moeder, 11
jaar terug, in een winkel, een meisje hoort zeggen: ‘mama, hoe staat me
dit?’ Zij heeft dit nooit meer aan haar
moeder kunnen vragen…Ze gaat naar huis en is hier 3 uur lang verdrietig over.
‘Men’ vindt dit niet kunnen. Het verwerken van verlies heeft te maken met hoe
je van die ander gehouden hebt en wát je dus mist
Manu
eindigt zijn verhaal tenslotte met het voorlezen van een kort gedicht over
verlies.
1. Hoe
verwerk je het verlies van een kind dat sterft tijdens de zwangerschap en wat
niemand weet?
Manu
geeft aan dat dit een niet erkend verlies is. Dat dit te maken heeft met het feit
dat de samenleving niet onder ogen ziet dat dit een verlies is. Hoogbejaarden
zijn te oud, kinderen te jong, verstandelijk gehandicapten beseffen het niet.
Relaties die niet ‘mogen’, ‘ouders’ die
nooit kinderen hebben mogen krijgen. Zoveel niet erkende verliezen.
Groot
probleem is dat hier geen rituelen voor zijn en er geen deelneming wordt
betuigd.
Manu
adviseert dit verlies te delen met een paar mensen die je kunt vertrouwen en
rituelen te bedenken, die je uit kunt voeren. B.v. plaatsen van een beeld in de
tuin, een gedenkplek in huis maken.
2. Hoe
komt het dat ik nooit huil? Want ik heb wel pijn en verdriet.
Manu
geeft aan dat het altijd weer om die vingerafdruk gaat. Sommige mensen kunnen
niet of moeilijk huilen. Sommige gevoelens doen zich wel voor, andere soms
niet. Het kan soms wel helpen als je warmte en genegenheid ervaart van
betrokkenen om je te helpen je meer open te stellen.
Soms
kan het jaren later als verlaat verdriet alsnog worden herkend, b.v.
samenhangend met een nieuw geleden verlies. Je kunt huilen bij de uitvaart van
je oude vader om alle verdriet in je eigen leven.
Manu
geeft aan dat een kind vanaf het moment dat het vader en moeder gaat herkennen,
kan merken en voelen dat een ouder anders is, bijvoorbeeld bij verdriet. Zodra
het kind gaat begrijpen wat je zegt, kun je ook gaan vertellen. Dat is
belangrijk want anders kan een kind zich bedrogen voelen, omdat hij het niet
begrijpt. Manu vertelt het verhaal van zijn moeder, die op 63-jarige leeftijd
overleden is aan kanker. Door het vertellen over de naderende dood van oma aan
zijn kinderen, hebben de kinderen van Manu geen angst gehad voor de dood. Heel
belangrijk is het dat het kind concrete uitleg krijgt over de ziekte, wat er
verandert door de ziekte, dat de ziekte niet besmettelijk is en dat niemand
schuld heeft aan de ziekte. Dat je na de dood koud aanvoelt en dat je wit wordt
omdat je bloed niet meer stroomt. Om kinderen te benaderen heb je 4 sleutels
nodig aan je sleutelbos, te weten: luisteren naar het kind, informatie geven
aan het kind, het kind omringen met warmte en tederheid en de herinnering
levendig houden.
Manu
geeft aan dat hij in zijn boek ‘Helpen bij verlies en verdriet’ hier een
hoofdstuk over heeft geschreven ( Lore is dood, blz 242). Het verhaal heeft de
bedoeling duidelijke uitleg te geven over wat een crematie inhoudt en om vragen
van kinderen naar boven te halen.
Manu
geeft aan zich sterk te maken een kind mee te nemen, maar adviseert het niet te
dwingen. Mocht je het meenemen, dan moet je als ouder eraan denken iemand mee
te nemen, die er voor het kind kan zijn, waar het kind in goede handen is als
jezelf er even geen aandacht voor kan hebben.
Manu
geeft aan dat pubers hun gevoelens verbergen voor hun leeftijdgenoten en op
school, omdat ze er anders niet bij horen. Je hebt ontzaglijk veel geduld nodig
richting hen en benader ze met warmte en genegenheid en geef aan dat alles mag
en niets moet. Het uiten van verlies heeft bij pubers tijd nodig en er is
veiligheid nodig om dit (alsnog) te (kunnen) uiten. Manu vertelt het verhaal
van een jongen, die vastliep in zijn rouwproces om het overlijden van zijn
vader (jaren terug..) Zijn moeder wilde er nooit met hem over praten. Manu
adviseerde hem zijn moeder te vragen een hele avond vrij te maken omdat hij
iets met haar bespreken wilde Het werden er drie…. De tijd was nu gekomen voor
hem. Na het praten bleek dat de studieresultaten van de jongen met 14% vooruit
waren gegaan.
Manu
pleit ervoor dat verliesbegeleiding in de opleiding van leerkrachten moet zitten.
Manu
noemt een voorbeeld van een leerling, die zijn schoolperiode goed is doorlopen
na een geleden verlies van zijn vader, door een luisterend oor van een leraar
Latijn (9 x een 10 minuten-gesprek). Maar ook het verhaal van een jongen, die
vastliep in zijn rouwproces om zijn vader. Hij was 2 jaar toen zijn vader
stierf, en nu was hij 14. Hij had zijn vader nodig in de ontwikkeling van zijn
mannelijkheid. Moeder vroeg Manu om de school een brief te sturen over het feit
dat de jongen vastzat in zijn rouwproces en hier tijd en ruimte voor nodig had.
Hij kreeg meer aandacht, en daardoor ging hij harder aan het werk. Daardoor
lukte het hem op school te mogen blijven en zijn school af te maken. Hij zit nu in zijn 4e jaar voor
burgerlijk ingenieur. Hetzelfde werk wat zijn vader ook had gedaan. Manu merkt
op dat we een samenleving moeten vormen om mensen met verlies adequaat te
kunnen helpen.
7. Ziet
u een verschuiving in het omgaan met verlies?
Manu
geeft aan zeker een verbetering te zien. Ook in het omgaan met verlies in
scholen, in medische opleidingen, bij specialisten en bij huisartsen. Het
onderwerp rouw en verlies, wat vroeger een taboe was om over te praten, staat
nu op agenda’s.
Manu
benadrukt dat hij hoopt dat eenieder na deze dag ook krachtiger naar buiten
gaat en hoopt dat mensen in onze buurt dit ook steeds meer kunnen.
Manu
geeft aan dat hij het ook niet weet, maar dat dit niet abnormaal is. Je weet
nooit wanneer het komt. We gaan verschillend om met verlies en met rouwen.
We
zijn verschillend in de uiting van onze emoties. Soms komen zij via gevoel naar
buiten, soms via ons lichaam, soms in ons denken. Sommige mensen zetten eigen
verdriet opzij en gaan hard werken. Soms helpt een arm om je schouder of het
zien van het verdriet van een ander om jouw verdriet los te maken.
Manu
geeft aan dat het troost kan bieden dat
je geliefden bij God zijn. Als je gelovig bent
is het heel belangrijk om je kinderen bij je verdriet hierover te
vertellen. Het is echter wel belangrijk hoe je het vertelt. Zeg b.v. niet dat
God hem als een engeltje bij zich wilde hebben, dat kan een kind niet geloven.
‘Hij hoort toch bij ons?’ Maar zeg liever dat Jezus nu zorg draagt voor degene
die is gestorven. Dat gelooft een kind.
Manu
geeft aan dan te zeggen dat degene die je verloren hebt heel dicht bij je is.
Daarnaast kun je ook aan het kind zelf vragen hoe hij/zij dit voelt.
Manu
merkt op dat het verhaal moet aansluiten. Als je het niet weet als ouder, vraag
het dan aan het kind zelf. Zij zijn de professors! Manu vertelt het verhaal van
een meisje dat ontroostbaar is door de dood van haar vader. Op een weekend van
St. Achter de Regenboog (voor kinderen met verlies) lieten zij aan het einde
van het weekend een tekening in een ballon op en als enige bleef haar ballon in
de boom hangen terwijl de ballonnen van de andere kinderen omhoog gingen
richting hemel.
Er
was zorg vanuit de leiding hoe het meisje hiermee om zou gaan. Manu adviseerde
het aan het meisje te vragen, dat met een brede glimlach aangaf, dat “haar papa
dus dicht bij haar was!”.
Manu
geeft aan dat je boos op God mag zijn, Jezus was dit ook tijdens zijn sterven.
Manu merkt op dat het geloof niet een item is waar rouwenden aan het begin van
hun verlies aan toe zijn. Je moet eerst terug naar je mens te voelen. Het
geloof staat aan het einde van de rit, aldus Manu.
Stelster
van de vraag geeft aan dat haar overleden man vrijgevochtener was in zijn geloof
en zij streng orthodox. Ze geeft aan dat ze opnieuw, door wat ze leerde van
haar man, heeft moeten leren geloven.
Manu
raadt aan om de zoon tegen een bal te laten schoppen of op een matras slaan
(boksbal!). Hij moet zijn verdriet kanaliseren en zijn woede uiten, anders kan
hij het gaan uiten richting mensen.
Manu
geeft aan dat het moeilijk is als je geen afscheid hebt kunnen nemen van de
ander. Manu merkt op dat de relatie blijft bestaan! Hij benadrukt dat het
verlies moeilijk en pijnlijk is.
Stelster
van de vraag geeft aan dat familie tegen haar zegt dat ze het verlies los moet
laten, het is nog geen jaar terug.
Manu
adviseert om aan familie te vragen om een bepaalde tekst te lezen uit een boek
over verlies en rouw zoals u het ook voelt. Dan kunnen ze meer begrip krijgen.
Manu
geeft aan dat dit verlies te maken heeft met niet erkend verdriet. Je bent
iemand kwijt, terwijl degene er nog is. Het is leven met een levend verlies.
Anderen zouden misschien zeggen: “had ik hem nog maar”. Voor u is het echter zó
en niet één verlies is hetzelfde. Je kunt nooit twee verliezen met elkaar
vergelijken. Daarnaast is verlies van niet erkend verdriet zwaar, omdat er
vanuit de maatschappij geen erkenning voor is.
Hetty bedankt hem van harte voor het vele dat hij
heeft gezegd, voor het beantwoorden van zoveel vragen en vooral voor de manier
waarop.
Met een doos lekkere Merci wordt dit onderstreept !
Ter afsluiting van het morgenprogramma leest Hetty
enkele teksten over ‘wijsheid’ van M.v.d.Berg.
Na enkele
mededelingen en uitleg over het middagprogramma speelt Jurjen nog even piano en
vertrekt iedereen naar de lunch.
In de hal is een uitgebreide boekentafel en en is
er ook e.e.a. aan informatie.
Eenieder kan inschrijven voor de middaggroepen.
Om kwart voor twee beginnen we met het
middagprogramma, te weten 4 workshops:
Terug bij elkaar in de grote zaal konden de
creatieve resultaten worden bewonderd.
Moe, maar heel blij met deze dag konden we
omstreeks kwart voor vier afsluiten met een verhaaltje van hoop. Dit was, samen
met de teksten van wijsheid, die we ’s morgens lazen, afgedrukt op een mooi
kaartje dat als afscheid en aandenken meeging naar huis. De foto met bloemen én
stenen staat symbool voor hoe het in het leven maar al te vaak is!
Evaluatieformuliertjes werden ingevuld en er werd
nog wat nagepraat en afscheid genomen onder afsluitend pianospel van Jurjen
Vulperhorst en toen was deze indrukwekkende dag voorbij.
Met dank aan Manu Keirse, aan de workshopleiders en
de ‘pianoman’ en niet te vergeten de goede verzorging in ‘De Hoeksteen’!
Hetty de Bondt
of mail: info@verliezenverwerkenflevoland.nl
Verslag van de Ontmoetingsdag 'Verlies…. en dan verder' op 7 november 2010
in 'De Hoeksteen' te Swifterbant. Gastspreker: Marinus van den Berg
Namens de werkgroep opent Hetty de Bondt deze dag en heet de 46 deelnemers,
onze spreker Marinus van den Berg, de pianist Jurjen Vulperhorst en Aly Stuifzand,
die de beelden maakte en de stenenworkshop leidt, van harte welkom. Zij citeert
een stukje inleiding uit het boek 'Rouwen in de tijd', waarover Marinus van den Berg
zal spreken, waar hij zegt 'iemand te zijn die steeds minder weet, die steeds weer
moet leren van wie het wel weet, de mens die zoekt naar taal om te kunnen vertellen
wat het betekent, hoe het voelt als je in je hart bent getroffen'. Juist dat maakt
dat wij blij zijn dat hij vandaag weer onze dag wil inleiden en onze gesprekken op gang brengen.
Het thema van zijn verhaal is: 'Rouwen in de tijd', de titel van zijn laatste boek.
M. v.d Berg neemt ons eerst mee naar enkele dagen terug, toen in Biddinghuizen,
wat vlakbij Swifterbant ligt, een ernstig ongeluk gebeurde wat voor enkele mensen fataal is geworden.
Een doodgewone dag voor deze mensen, die voor hen en hun nabestaanden een geheel andere dag werd.
Hij las een gedicht voor dat hij hierover maakte, wat we bij dit verslag voegen.
Met de deelnemers aan deze ontmoetingsdag wil M. v.d Berg nadenken over een vraag,
die u vast eerder heeft gehoord, wanneer u een verhaal aan het vertellen bent en de
ander u hierin onderbreekt en u vraagt : 'hoe lang is het nu geleden?'
Voor u een soort deur, die dicht klapt, want wat voor de ander lang lijkt in tijd,
is voor u als de dag van gisteren. U kunt immers nog haarfijn vertellen over de overledene en
wat er is gebeurd in de week dat u afscheid moest nemen. Er zijn mensen, die b.v. zeggen:
'je hebt je toch kunnen voorbereiden?'. M. v.d. Berg merkt op dat je je nooit kunt
voorstellen hoe het is, als die ander er niet meer is. Je kunt de dienst voorbereiden,
teksten uitzoeken en muziek, maar niet hoe het is zonder die ander te zijn.
Je komt het in land van 'terra incongnita'. Een zeer onbekend land.
… Want tot het laatste toe denk je: 'maar misschien…' een stukje hoop op genezing,
vooral bij kinderen. De oudere heeft al meer leren afscheid nemen. (Hij ziet dit veel in zijn werk in het Hospice).
Bij het overlijden val je in een leegte, je valt in een gat.
Hoe heftig dit allemaal voelt weet niemand behalve degene die het overkomt.
Per persoon verschilt de pijn. Dit is afhankelijk van je eigen persoon, je eigen levensloop.
Daarnaast is het moeilijk de taal van het gevoel te begrijpen. Dit is zoiets eigens.
Marinus benadrukt dat het vooral belangrijk is om te vragen aan de ander hoe het is,
om te kijken, om te checken of je het wel goed zegt, zoals je het zegt want je kunt alleen een vermoeden hebben.
Marinus heeft een landkaart gemaakt van het onbekende land.
Je gaat immers een gebied in, waarvan je niet weet waarin je komt en waar je heen
gaat als je in een rouwproces komt. Hij merkt op dat je lichamelijk ook beperkingen
kunt krijgen vanwege de schok, die een verlies met zich meebrengt.
Soms gebeurt het ook dat andere verliezen, die nog niet zijn doorleefd,
nog erbij komen en om aandacht vragen. Als je al jong een verlies hebt geleden,
gaat dit het hele leven met je mee. Het verlies gebeurde in het verleden, maar werkt door in de toekomst.
Marinus neemt ons mee naar de kloktijd in de landkaart, die bovenaan de kaart ligt.
We leven in een snelle tijd, waarin alles snel moet gaan. Als we in het verliesproces komen,
dan vallen we van de haasttijd af en komen we in de tijd van chaos en de tijd van ruimte nemen voor je gevoelens.
Je kunt leven op je automatische piloot. In het begin is er nog wel aandacht.
De eerste tijd is ook een tijd van overleven, soms lukt dit, soms niet,
dan is medicatie nodig. Niet iedereen heeft dezelfde daadkracht of dezelfde hulptroepen
om op terug te vallen. Marinus geeft aan dat wie in de snelle tijd leeft zoekt naar oplossingen.
We zeggen b.v.: 'je vindt nog wel iemand anders', of: 'je bent nog jong',
en: 'je bent goed achtergelaten'. Allemaal oplossingsgericht denken.
Maar rouw en verdriet vertragen. De schok van het verlies kan ook lichamelijke klachten veroorzaken:
last van je hart, niet kunnen slapen, buikpijn, je keel zit dicht.
Dat is niet ziekelijk of pathologisch.
Er is voortdurend het conflict tussen 'al' en 'nog maar'.
'Als je het eerste jaar maar hebt gehad'… 'Gaat het alweer een beetje…?'
Hoe komt dat? De klok-tijd is high speed tijd, kalendertijd. Maar voor jou komt er een dag bij op de kalender.
Naarmate de tijd vordert, wordt het niet makkelijker. Het verliesproces gaat in golven.
Je kunt zo weer herinnerd worden aan de ander door een muzieknummer, een opmerking…
Het gemis wordt, naarmate de tijd vordert groter. Het centrale thema in het rouwproces is: Hoe hervind ik mezelf.
We komen in het midden van de kaart, daar is het hart, 'ik'.
In het hart zijn 4 kamers: kamer 1 is die van de intimiteit. Van wie krijg ik warmte,
wie mag me nu corrigeren? We moeten leren Niet Invullen Voor Een Ander (NIVEA).
'Men' vult voor je in waar niets in te vullen is. Je wordt moe, intens moe en traag.
Er is verschil in beleven en ongelijktijdigheid en daardoor kun je je heel eenzaam en verlaten voelen.
Als een vader van zes kinderen overlijdt, overlijden er zes vaders!
De 2e kamer is die van arbeid. Het werken aan het verliesproces is zware arbeid.
M. v.d. Berg geeft aan te doen wat je wilt doen en te doen wat voor jou goed voelt.
Je 'moet' weer aan het werk? Je moet veel en je mag veel niet en vooral geen zelfmedelijden hebben.
Maar je lijdt aan jezelf omdat je een 'liefde' kwijt bent. Er is een wond, een gat,
je voelt je verscheurd en je bent bang dat je gek wordt. Het is een moeilijke tocht:
hervinden van jezelf, 'wenen om het verloren ik'. Maak pas op de plaats voor je verlies, neem de tijd, schakel terug.
Kamer 3 is die van de recreatie. Naarmate je een persoon gaat verliezen,
die zo'n belangrijke plek in je leven had, ben je vaak ook een deel van jezelf kwijt.
Wat je vroeger samen deed moet je nu alleen doen. Hoe en waar komt je op adem?
Vind je rust , kom je tot rust? Rouw beïnvloedt alles. Ook al ga je uit,
je komt alleen weer thuis, gaat alleen naar bed, je kunt je verhaal niet kwijt.
Je moet ook opnieuw leren 'thuis' te zijn , thuis te komen.
In de 4e kamer kom je in het gebied van de levensbeschouwing. Het gebied van de waarden en normen.
Het heeft alles te maken met je identiteit, wie je bent of wilt zijn.
En als de fundamenten onder je leven schudden, wordt je een zoeker, een 'dakloze'.
Dan gaat het over zin en onzin, over geloof of kerk, over leven en dood.
Ten aanzien van alle kamers benoemt Marinus dat we ons er ander toe gaan verhouden.
Je gaat zoeken naar wie ben ik wat wie wil ik zijn. De meeste mensen hervinden zichzelf,
maar dit gaat niet altijd zo snel als gedacht wordt.
Marinus sluit af door te zeggen dat het verlies een wond is, die nooit overgaat
en om verzorging blijft vragen. Er is immers liefde voor de persoon,
die is overleden en deze liefde zal nooit voorbij gaan.
Kort verslag van de open avond over 'Verlies na een scheiding' op dinsdag 15 april j.l. in 't Lichtschip in Lelystad.
Op deze avond sprak mevrouw Riekje Boswijk-Hummel, therapeute en auteur over
'Afscheid nemen, aanvaarden en loslaten. En hoe dan verder?'
Scheiden is afscheid nemen, zo begon zij, en daarom kun je spreken van een rouwproces waar je in terecht komt. Mensen verbinden rouw altijd aan een overlijden, maar ook bij een scheiding is er zoveel waarvan je afscheid moet nemen. Het huwelijk, het gezin, de toekomstverwachting, je schoonfamilie, vaak ook je huis en noem maar op. Heel anders dan wanneer je partner is overleden. Nee, hij of zij is er nog en zeker als er kinderen zijn kom je elkaar steeds weer tegen. Dan is er kwaadheid en opstandigheid maar ook verdriet. Het zijn de emoties waar je doorheen moet ploegen, proberen eronder te komen en van daaruit zeggen: 'het is zo' en opnieuw beginnen. Zo is het en zo moet ik verder. Kwaadheid geeft energie, maar je houdt het niet vol. Blijf er niet in hangen, ook niet in het verdriet. Probeer het te erkennen en de pijn te voelen tot op de bodem, dieper kun je niet zakken. Daarom geeft de bodem rust. Maar, kinderen maken dat je je ex steeds weer tegenkomt. Je moet alle pijn opnieuw doormaken. Dat is verwarrend. Je zult moeten leren aanvaarden dat het is zoals het is, dat je moet loslaten wat er was en je eigen leven weer proberen op te pakken en vorm te geven. Dat is een rouwproces. Loslaten geeft veel pijn, maar als dat lukt komt er aanvaarding en daarmee ook een zekere rust. Je komt in het hier en nu: zo is het en zo moet ik verder.
Spreekster noemde ook een aantal valkuilen:
Bijv. jezelf ervaren als de dupe: het overkomt je door het gedrag van de ander en dat zet je in de slachtoffer positie.
Dan kun je je leven niet meer op de rails zetten want je bent zelf deel van het probleem. Maar in een relatie ben je
gelijkwaardig en samen vorm je een patroon
Of: je vernederd voelen, een verschrikkelijk gevoel dat je klein maakt waardoor het heel moeilijk wordt je eigen leven weer vorm te geven.
Soms heeft het te maken met jeugdervaringen, waardoor het gevoel sterker kan worden
Of: jaloers zijn, bijv. op de nieuwe vriendin, of op anderen. Jalousie is pijn om wat jij niet meer hebt.
Maar getob, gedenk en gedoe over de ander houdt je af van je eigen leven. Het kan je obsederen,
maar : dit - ben - ik, hoe moeilijk ook, is de enige weg.
Of: je eigen gaten en gebreken,
die er natuurlijk ook zijn. Maar jezelf veranderen dat wil haast niet
en dan is het goed hulp te zoeken. Samen luisteren naar wat mogelijk
is, nieuw leven laten komen, oude pijn verwerken, gedragspatronen
loslaten.
Je eigen 'gaten'? Partners vullen elkaar vaak aan. Je durft bijv. iets
niet, maar samen wel.
Probeer je eigen waarde niet aan de ander te ontlenen, want dan kan het
lastig worden in je eentje. Goede hulp kan daarbij onmisbaar zijn.
Ook de kinderen kunnen een valkuil zijn, vooral als je je schuldig voelt. Steek geen energie in het je schuldig voelen,
je haalt jezelf neer Jij bent nooit de enige die verantwoordelijk is, je bent méde verantwoordelijk.
Daarom is het goed om in het hier en nu je best te doen het zo goed mogelijk te doen.
Met een aantal praktische tips besloot Riekje haar verhaal:
Zorg ervoor dat je je laat helpen en ondersteunen door familie / therapie / vrienden / lotgenoten;
mensen bij wie je kunt janken en die je weer overeind helpen en troosten.
En: houd je zelfrespect. Je bent niet zielig en je bent niet gek. Je bent nog gaande en overeind.
Probeer uit liefde naar jezelf te kijken.
En: geef jezelf een jawoord. Het ging om de relatie, nu gaat het om jou.
En heel praktisch en concreet: maak een ' wat deed ik vandaag goed' boekje of een 'successenschriftje'
en praat daarover ook met iemand: ' wat vind jij daar nu van'?
Gooi het open.
Nog een voorbeeld: een duikelaar blijft overeind door het lood onderin. Dat lood moet je versterken.
Hoe kan het een dag helemaal mis gaan? Waar heeft het verband mee, wat is er gebeurd waardoor je van slag raakt?
Emoties zijn er en die moet je aanvaarden, je moet ze aandacht geven en je moet er doorheen.
Neem de tijd voor jezelf, maak een wandeling, mediteer een kwartiertje per dag.